In veel boeken en verhalen over de Dedemsvaart en haar bewoners wordt vooral gesproken over mannen. Hun werkzaamheden en successen als landbouwer, vervener of dominee worden geprezen. Maar al deze mannen waren getrouwd, hadden een vrouw. Hoe keken deze vrouwen naar het leven langs de Dedemsvaart? Tot in hoeverre bemoeiden zij zich inhoudelijk met de zaken en werkzaamheden van hun man? Of hielden zij zich vooral bezig met de opvoeding van de kinderen en het runnen van de dagelijkse gang van zaken? Waren er vrouwen die zich bezighielden met armen- en gezondheidszorg?  En dan zijn er ook nog de alleenstaande moeders, vaak weduwe, die zichzelf moesten onderhouden.

Ik wil het leven van vrouwen langs de Dedemsvaart zichtbaar maken.

Theda Mansholt (1879 – 1956)

In 1913 kwam Theda Mansholt vanuit Groningen naar Nieuwleusen. Zij werd directrice van de net opgerichte Rijksschool voor Landhuishoudonderwijs. Vrouwen werden op deze school opgeleid om les te geven in landbouw- en huishoudkunde. Er werd niet alleen lesgegeven in klaslokalen, maar de leerlingen gingen ook op excursie in de regio.

De school verhuisde in 1930 naar Deventer en Theda werd in 1933 vanwege haar verdiensten voor het landhuishoudonderwijs benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau.

Meer over het leven van Theda Mansholt is te lezen op Verhalen van Groningen.nl.

Foto: Beeldbank Historische Vereniging Ni’jluusn van Vrogger – Theda Mansholt (staand 5de van links) met haar leerlingen in 1928.

Conrada Lucretia Kraft (1892 – 1971)

Zij was een vrouwelijke arts en getrouwd met collega Hendrik Willem de Planque. Samen kwamen zij in 1918 vanuit Utrecht naar de Dedemsvaart. Ze bleven daar 6 jaar wonen en vertrokken toen weer.  Tot op heden heb ik geen verdere informatie over haar gevonden.

Haar aanwezigheid in Dedemsvaart maakte mij bewust dat al ruim voor de Tweede Wereldoorlog er vrouwelijke artsen waren.  In een mooie lezing van Klazien Kruisheer over de geschiedenis van vrouwen in de geneeskunde, kaart zij aan welke rol vrouwen al van oudsher vervullen in de geneeskunde. Ze legt ook haarfijn uit hoe vrouwen systematisch buiten het vak werden gehouden.

Aletta Jacobs studeerde in 1878 als eerste vrouwelijke arts af

Weduwe Steenbergen (1806  – 1862)

In advertenties voor de verkoop van gronden en huizen, stuit ik regelmatig op een weduwe Steenbergen aan de Dedemsvaart. In haar huis zal de verkoop van het betreffende perceel worden gehouden.  Na wat speurwerk vind ik een artikel van Helmuth Rijnhart uit 2016 in de Kroniek van Avereest.

Aan de hand van advertenties geeft hij inzicht in de ontwikkeling van Hotel Steenbergen en schrijft dat het werd gerund door de weduwe van Steenbergen. Een bezoek aan zijn website bonmama.nl leert mij de echte naam van weduwe Steenbergen. Ze heet Geesje Huizing en is geboren in Avereest. Op 21-jarige leeftijd trouwt zij met Roelof Steenbergen, die uit Drenthe komt. In 1838, op 40-jarige leeftijd overlijdt hij, en blijft Geesje alleen achter met 4 kinderen. De oudste is dan 11 jaar, de jongste net een paar maanden. Maar Geesje gaat niet bij de pakken neerzitten, dat kan ook niet, want er moet brood op de plank komen. Ze neemt de bakkerij over en in de loop der jaren ontwikkelt zij het bedrijf verder en wordt ze logementhouder, ofwel hotelier. In 1860 stopt zij ermee en neemt haar oudste zoon Lucas het bedrijf over. 

De moeder en zus van Mien Ruys

Eén van de meest bekendste vrouwen langs de Dedemsvaart is Mien Ruys (1904 – 1999), de tuinarchitecte die wereldberoemd werd in de vorige eeuw. Haar stijl en visie op tuinen en parken heeft vele tuin- en landschapsontwerpers in de decennia daarna beïnvloedt.

Maar weinig mensen weten dat haar moeder ook een ondernemende vrouw is geweest. Engelina Gijsberta Fledderus (1872 – 1935) ging in 1890, na een opleiding, werken als postbeambte voor de telegrafie. Eerst in Nijverdal, daarna in Balk (Balkbrug) en toen in Dedemsvaart. In 1895 heeft zij ontslag genomen en een jaar later is ze getrouwd met Bonne Ruys, de vader van Mien Ruys.  Na haar huwelijk organiseerde zij een christelijke wijkverpleging.

Anna Charlotte Ruys (1898 – 1977), de oudere zus van Mien, ging studeren in Utrecht. Zij behaalde haar artsendiploma en richtte zich daarna op wetenschappelijk onderzoek. In 1928 werd ze hoofd van de laboratoria van de afdeling volksgezondheid van de GG en GD. Ze had een relatie met toneelschrijver Defresne, maar omdat vrouwen onder de 45 die gingen trouwen ontslagen zouden worden, hield ze de relatie lange tijd geheim. In 1948 volgde ze Van Loghem op als hoogleraar in de bacteriologie, epidemiologie en de immuniteitsleer en ze werd toen ook voorzitter van de medische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.

Meer informatie over Anna Charlotte Ruys is te vinden in het vrouwenlexicon van het Huygens Instituut.

Foto: Beeldbank Historische Projecten – Familie Ruys in 1906

Maria Elisabeth Wangelpohl – Rosken (?? – 1838)

Maar er zijn niet alleen maar succesvolle verhalen te vertellen over vrouwen aan de Dedemsvaart. Zo is er het overlijden van Maria Elisabeth Rosken in 1838. Zij kwam uit Duitsland en ging als dienstmeid bij haar oom in Slagharen werken. Ze overleed nadat ze kort daarvoor een kind had gebaard. Blijkbaar was ze door haar man weggestuurd. Ik hoop haar beter te leren kennen door brieven te lezen die over deze gebeurtenissen gaan. Ze zijn te vinden bij de historische vereniging van Hardenberg.

Meer verhalen over vrouwen

In een boek over de familie Minke, een bekende vervenersfamilie aan de Dedemsvaart, lees ik over weduwe Aaltje Carton die een aantal jaren directrice is geweest van de voorloper van textielfabriek Delana. Er wordt ook gesuggereerd dat de latere eigenaren, Berend Berends en Zwaantje Jonker uit Nieuwleusen, samen het bedrijf met grote ambitie leidden.

En dan is er nog brugwachtster Stroeve bij de Ligtmis en zijn daar Geesje, Geertje en Annigje Jonker die een hoedenwinkel in Dedemsvaart hadden tussen 1910 en 1920. Ook heb ik een Ida Hakkert gevonden die in 1922 onderwijzer was aan de Dedemsvaart.

Tot slot is er nog één vrouw naar wiens leven ik erg nieuwsgierig ben en dat is Judith van Marle, de vrouw van Jan Willen Baron van Dedem. Haar familiebezit is volledig verloren gegaan door de megalomane plannen van haar man.

Maar ik wil nog meer verhalen over vrouwen horen. Dus wie suggesties heeft voor andere bijzondere of gewone vrouwen langs de Dedemsvaart, laat het mij dan weten door bijvoorbeeld hieronder te reageren.

Deze vijf vrouwenverhalen vond ik al eerste

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *