
Jacob Cornelis Honig werd op 11 mei 1786 geboren in Zaandijk in een oud geslacht van papiermakers.1 Zijn vader was de eigenaar van papiermolen De Wever.
Honig in zijn jonge en zorgeloze jaren
Jacob studeert op 31 mei 1810 in Leiden af in de rechten. Zijn proefschrift, getiteld ‘vraagstukken van diverse aard’ 2, bevat 24 juridische, vaak rechtsfilosofische betogen over een breed scala van onderwerpen: strafrecht, vruchtgebruik, pand-, handelsrecht, staatsrecht, oorlogsrecht en recht op zelfmoord. Een lange rij geleerden en filosofen komt langs: Aristoteles, Plato, Pythagoras, Rousseau, Montesquieu, Hugo de Groot enz. De principes van de Franse Revolutie schijnen verschillende malen door in zijn tekst. Hij schrijft onder andere: ‘De mening van hen die de ernst van misdaden afmeten aan de waardigheid van de benadeelde persoon [moet] worden verworpen” en ‘Daarom moeten we de mening van Aristoteles verwerpen dat sommige mensen geboren worden om te heersen, anderen om te dienen’. Zijn 25e en laatste betoog gaat over vriendschap, ‘Een vriend hebben, en lang van hem kunnen genieten, is een goddelijke gave.’
Kort daarna, op de 25e van de Hooimaand (juli) wordt hij door het Hof van Justitie benoemd tot advocaat.3 In latere krantenberichten wordt hij dan ook meestal aangeduid met mr. J.C. Honig.

Naast zijn werk als advocaat vertaalt Honig Franse toneelstukken in het Nederlands, meestal blijspelen met zang.4 In januari 1811 wordt het door hem vertaalde ‘De Vrouwenhater’ in de Schouwburgzaal in Rotterdam opgevoerd.5 In 1812 volgt een opvoering in de Amsterdamse Hollandse Schouwburg en wordt het toneelstuk ook uitgegeven als boekwerk.6 ‘De Vrouwenhater’ krijgt een positieve recensie. In dat jaar zal Honig ook ‘Les Sabots‘ vertalen met als Nederlandse titel ‘De klompjes’. De publicaties vermelden voorin dat er toestemming is van de Franse politiechef om het werk te drukken en uit te voeren.

1813 in het leger van Napoleon
1813 was een turbulent jaar voor Nederland, en ook voor Honig. Het jaar begint voor hem goed. Vijf van door hem vertaalde toneelstukken zien het licht.7 Maar dan voert Napoleon in april 1813 de dienstplicht in. Hij wil hiermee zijn leger weer opbouwen na de mislukte veldtocht tegen Rusland. Het betekent dat alle mannen tussen de 20 en 40 jaar zich moeten laten inschrijven. In Zaandam breekt dan het Paasoproer uit. Lang duurde het verzet niet, onder dreiging van kanonneerboten binden de protestanten in. Zeven van hen, die gezien worden als de aanvoerders van de opstand, worden gearresteerd. Honig, dan advocaat te Zaandijk, voert de verdediging maar zonder resultaat. Zes van de zeven verdachten worden op 26 april ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.8 Het vonnis wordt 3000 keer gedrukt en door heel Nederland verspreid om daarmee verdere protesten te voorkomen.
Gold de dienstplicht vooral voor de armere bevolking, Napoleon stelde ook een dienstplicht in voor de gegoede burgerij. Hij creëerde voor hen een Garde d’Honneur, bestaande uit 10.000 man uit de gegoede burgerij, waarvan 600 uit Nederland. Zij moeten zelf hun uitrusting betalen en bij indiensttreding 1500 franc in de centrale kas storten. Voor velen is het gedwongen, maar Jacob Honig meldt zich vrijwillig in Den Haag.9 Hij schaft daar op 15 mei voor ƒ 304 een uniform aan bij de kleermaker G.M. van Wielik.10 Op 28 mei wordt zijn eenheid aangesteld. Als op 30 mei in Den Haag de Franse overwinning in Lützen wordt gevierd, zijn daar vijftig leden van de nieuw opgerichte Garde d’Honneur aanwezig. De krant schrijft hierover: ‘de tevredenheid welke deze jonge lieden bezielde, scheen reeds de vorderingen aan te kondigen, die hun in de loopbaan van eer en roem verbeiden, welke zy onder de steeds zegenpralende adelaren van den grootsten helden, zullen doorloopen’. De volgende dag wordt de Garde door de prefect toegesproken en trekken ze onder leiding van Jacob Honig Ongelaar naar Huis ten Bosch om de bevelen in ontvangst te nemen. Onder het geroep van ‘Leve de keizer’ vertrekken ze naar Rotterdam.11 Die dag nog schrijft Jacob vanuit Den Haag aan zijn ‘Waarde vader’ dat hij op reis gaat en voor ƒ 400 ook een paard gekocht heeft, op zijn vaders kosten. Of hij zo goed wil zijn dat te betalen. Vader Cornelis begint dan genoeg te krijgen van alle kosten die zijn zoon maakt en publiceert in juni 1813 een advertentie waarin hij aangeeft geen door J.C. Honig op hem getrokken wissels meer te zullen betalen.

Vader krijgt in september nog wel een brief van het departement der Zuiderzee dat hij ƒ 25 voor een sabel moet betalen. Honig laat zich door Aubert, de meester tailleur van het 2e Regiment, nog wat kledingstukken aanmeten voor 616 franc. Een volgende rekening van 116 franc stuurt Honig in november 1813 vanuit Metz naar zijn zwager Simon Jut, echtgenoot van zijn zus Trijntje, die woont in de ‘Poort op het Water’ in Amsterdam.
Terugkeer naar Nederland
Na het verlies van Napoleon, keert Honig terug naar Nederland maar ondervindt daar nog wel de naweeën van de advertentie van zijn vader. Het leidt tot geroddel over zijn solvabiliteit en hij voelt zich genoodzaakt daarop in oktober 1814 via een advertentie te reageren. Daarin verwijst hij al zijn schuldeisers naar notaris H.C. Göbel12 in Zaandam. Aan zijn lasteraars laat hij het volgende weten: ‘terwijl hij overigens geene moeite nog kosten zal ontzien tot het ontdekken zijner Lasteraars en Eerrovers, en zich de schitter en dito voldoening zal weten te verschaffen’.
Alle discussie over geld en het feit dat hij voor Napoleon heeft gevochten, heeft zijn maatschappelijke positie niet aangetast. Bij het aantreden van Koning Willem I wordt hij gekozen om in de ‘vergadering der aanzienlijken’ samen met zo’n 600 anderen de Grondwet goed te keuren.13 Naast advocaat en vertaler van toneelstukken, houdt Honig zich ook bezig met schilderen en tekenen. Er zijn verschillende aquarellen van hem bewaard gebleven en dat zal aanleiding geweest zijn voor de gemeente Zaandam14 om hem te vragen een ontwerp voor het gemeentewapen te maken.15 Op 26 juni 1816 wordt dat ontwerp goedgekeurd door de Hoge Raad van Adel.16

Verder publiceert hij nog drie toneelstukken. In 1815 ‘De twee vaders’, of ‘De les in de kruidkunde’. In 1816 ‘Vrouwenlist’, of ‘De losbol van veertig jaren’17 en in 1817 ‘Het doorluchtig bedrog’. Volgens een besluit van 24 januari 1814 moesten van alle boeken drie exemplaren ingeleverd worden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. De titels werden gepubliceerd in de Staatscourant, zo ook deze.18
Uit deze tijd dateert ook het enige portret van Jacob Honig, gemaakt door een onbekende schilder. Het is een genrestuk vol symboliek. Een omgevallen buste (Napoleon?) en een staand borstbeeld (Koning Willem I?). Een hond als teken van loyaliteit, een wetboek op schoot en een knecht die hem verhuld een briefje toestopt. In de achtergrond zijn veel boeken en een microscoop (?) zichtbaar.
En dan overlijdt april 1817 vader Cornelis Honig. Zijn broer Jan Czn. krijgt het beheer over de papiermolen de Wever. En Jacob?
Werken bij het Kadaster
Een jaar later vinden we Honig terug in Hellendoorn, waar hij op 23 april 1818 trouwt met Martina Gevelaer. Hij is 31 jaar en mennoniet, zij 18 en katholiek. Op de trouwakte staat geschreven als beroep ‘geëmploijeerde bij het Kadaster’19 . De twee getuigen van zijn kant zijn collega’s, namelijk de landmeters Simon van Lith en Hendrik Tenthof. Er lijkt geen familie van hem aanwezig te zijn. Zijn moeder geeft schriftelijk toestemming voor het huwelijk.
Hoe is het gekomen dat hij zijn beroep als advocaat heeft ingeruild voor kadastermedewerker? Werd de Zaanse omgeving na de dood van zijn vader te onvriendelijk? Een eeuw later zal er nog verontwaardigd over zijn spilzucht geschreven worden door nazaten van de familie Honig. Zijn huwelijk wordt, zoals het gebruikelijk was in die tijd, wel in de Haarlemsche Courant gepubliceerd.20
Op 30 april 1819 wordt hun eerste kind Maria geboren, ze wonen dan in Raalte. Ook hiervan verschijnt een advertentie in de Haarlemsche Courant.21 In Raalte zwaait Johannes Noordhoek Hegt22 de kadastrale scepter. Hij werd in 1818 door Gouverneur van Overijssel B.H. Bentinck in die gemeente tot landmeter benoemd en zal de herziene minuutplans ondertekenen.23 Baron Bentinck woonde in Raalte op het landgoed Schoonheeten. Honig maakt voor Bentinck een landgoedkaart.24 Blijkens de cartouche ‘volgens de kadastrale opmeting van den Jare 1819’. Hij ondertekent deze kaart als provinciaal landmeter van de eerste klasse.

In mei 1819 wordt Honig aangesteld als landmeter 1e klasse voor de gemeente Staphorst.25 In de gepubliceerde advertentie wordt om medewerking gevraagd: ‘wordende alzo eenieder en in het bijzonder de hierbij belanghebbenden uitgenodigd om bij voorkomende gelegenheid den opgemelden ambtenaar in zijn werkzaamheden alle die hulp en assistentie te verlenen welke strekken kunnen ter bereiking van de weldadige bedoeling der Weg’. De voordracht voor zijn benoemingen gebeurde door de directeur der directe belastingen. Dat was op dat moment W.J. baron van Dedem.
In augustus van dat jaar overlijdt dochter Maria in Meppel.26 Het zwervende bestaan van een kadastraal landmeter uit die tijd komt in de akte tot uiting: ‘hebbende geen vasten woonplaats uit hoofde de vader […] landmeter was’.
Carrière als notaris?
Honig is niet van plan om altijd landmeter te blijven. Begin november 1819 verschijnt een advertentie van de Kamer der Notarissen in Deventer.27 Ze kunnen Honig niet vinden in Raalte waar ze bij de Schout hebben geïnformeerd. Honig wordt opgeroepen zich te melden. Hij blijkt een verzoek ingediend te hebben om in Raalte als notaris te worden benoemd. Hij moet daarvoor geëxamineerd worden. Hij meldt zich nog dezelfde dag als de advertentie verschijnt en het examen wordt afgenomen.28 De officier van de rechtbank wordt daarna geïnformeerd dat Honig ‘genoegzaam blijken van bekwaamheid heeft gegeven”. Door zijn afkomst uit Noord-Holland zijn zij echter “geheel buiten staat zijn zedelijk gedrag te beoordelen’. Zij kunnen hem ‘dienstvolgens geen attest van moraliteit geven’. Ze geven ook aan dat er in Raalte eigenlijk geen plaats voor een extra notaris is. In mei 1820 wordt door de Kamer alsnog besloten om een certificaat van bekwaamheid af te geven, maar Honig gaat nooit aan de slag als notaris. En als landmeter van de eerste klasse heeft hij ook geen enkele minuutplan of kaart opgeleverd.
Man met vele talenten
We komen Honig in februari 1821 weer tegen, dit keer in Zwolle. Hij laat zich inschrijven als lidmaat van de doopsgezinde kerk29. Die maand wordt in Zwolle ook dochter Maria geboren. Op de geboorteakte van zijn dochter staat dat hij werkzaam is als advocaat. In 1822 wordt dochter Louisa geboren. Zij overlijdt na korte tijd weer. De overlijdensakte bevat het adres ‘Op den Dijk no 165’, de oude naam voor adressen aan en nabij de huidige Thorbeckegracht.

In deze periode tekent Honig in opdracht van Willem Jan baron van Dedem de landgoedkaart van Rollecate. Deze werd eind 1822 in gebruik genomen. 30 Honig zal in 1823 ook nog een kaart van de “Nieuwe of van Dedems-Vaart” tekenen, samengesteld uit de kadastrale plans. Vermoedelijk is Willem Jan van Dedem hiervoor ook de opdrachtgever geweest.

Daarnaast was Honig maatschappelijk actief als correspondent van de Maatschappij tot Heil der Vrouwen (naar de gebruiken der tijd geheel bestaande uit mannen). Zijn toneelstuk ‘De Vrouwenhater’ werd in 1822 in Zwolle opgevoerd.

Een te vroeg einde aan zijn leven
In februari 1825 vindt in Nederland een grote watersnood plaats. Ook de provincie Overijssel wordt zwaar getroffen. Honig is in die periode op familiebezoek in Zaandijk en schildert de overstroomde Wijde Wormer. Op de tekening staan zijn moeder Moertje Ongelaar, zijn broer Jan en neefje Cornelis. De familieverhoudingen lijken ten goede zijn gekeerd.

Op 4 juli 1825 opent Koning Willem I in Haarlem de tweede ‘algemeene tentoonstelling van voortbrengselen der nationale nijverheid’. De eerste tentoonstelling vond plaats in Gent, de derde in Brussel. Op de tentoonstelling in Haarlem wordt een panhorographicum of algemene tijdwijzer van Honig getoond.31 Het is niet bekend hoe het eruit heeft gezien, maar een later Italiaans instrument met dezelfde naam doet veronderstellen dat het ging om twee draaischijven waarop op de ene de eigen tijd ingesteld kon worden en op de andere schijf alle tijden van andere plaatsen op de wereld afgelezen kon worden.32 Misschien ligt dit instrument nog ergens op een Zwolse zolder. De firma Honig & Zoon uit Zaandijk zal op de tentoonstelling een zilveren medaille ontvangen voor hun inzending van papier.33 Honig zelf valt buiten de prijzen.
Op 3 september van hetzelfde jaar overlijdt Jacob Cornelis Honig tijdens een familiebezoek in Zaandijk. In de overlijdensadvertentie, opgesteld door zijn vrouw, wordt aangegeven dat hij al lange tijd ziek was. Na zijn overlijden, in december, wordt nog een dochter geboren. Die, zoals toen gebruikelijk, volledig naar haar eerder overleden vader wordt vernoemd: Jacoba Cornelia Honig.
Secretaris L.N. Schuurman van het gezelschap ‘Door Weetlust Vereenigd’ , waar ook Honig lid van was, biedt de weduwe via een condoleancebrief een gedicht van één der leden aan. In dat gedicht wordt de spreekvaardigheid van Honig geroemd. 34 Bij deze één van de zeven coupletten:
“Neen, nimmer meer zal hij weer hier in ons midden spreken;
Zijn zoute en gulle scherts baart ’t hart geen vreugde meer,
Zijn taal zal nimmermeer weer lust tot kennis kweeken:
Neen, Vrienden! Leeft, bestaat voor de aard niet meer.”
Honig’s boedel wordt in 1826 geveild door J. de Vri in de Diezerstraat en bevat een breed scala aan voorwerpen, waaronder landkaarten en mathematische instrumenten. Zijn vrouw verlaat de stad met haar kinderen.

Tot slot
Honig’s toneelstukken zullen de jaren na zijn overlijden nog vele malen uitgevoerd worden, onder andere bij de opening van de Zwolse Odeon in 1840. ‘De Vrouwenhater’ wordt dan opgevoerd, samen met het treurspel “Ines de Castro” van Rhijnvis Feith.35 In 1842 volgt in Odeon nog ‘Vrouwenlist’, of ‘De losbol van veertig jaren’ van zijn hand.36 Delpher vermeldt een laatste opvoering in 1855. In 1974 zal de NRC in een artikel over ‘Het grote gebaar’ nog verwijzen naar zijn blijspel ‘Vader en dochter’, of ‘De gevolgen van een enkelen misstap’.
Honig was een man met vele talenten, die een prachtige en unieke landgoedkaart heeft achtergelaten. Uniek in zijn soort. En één van de weinige landgoedkaarten die te zien is in een museum, namelijk in Museum Palthehof te Nieuwleusen.
Auteur
Dit artikel is geschreven door Peter Laarakker, die ook het onderzoek heeft gedaan naar het leven van JC Honig, samen met Heleen Westerman. Het artikel is eerder verschenen in het Zwols Historisch Tijdschrift van april 2026.

Eindnoten
1. Het papier van Honig werd o.a. gebruikt voor de eerste druk van de onafhankelijkheidsverklaring van de VS in 1776. Zie Van Leeuwen 2016 en Museum Honig Breethuis in Zaandijk
2. Vertalingen zijn van Google
3. Archief Honig(h) van de gelijknamige Stichting, in Archief Zaanstad, toegang 0454 inv. 316
4. WorldCat.org vermeldt 10 publicaties
5. Zie Slieker (2013) voor de inhoud van het stuk
6. Advertentiën, aankondigingen en verschillende berichten van Amsterdam, 5 november 1812. De Hollandsche Schouwburg stond toen aan het Leidseplein
7. Het doorluchtig bedrog; Een uur achter slot, of de brief van aanbeveling; De ontijdige bezoeken, of Wie was de beschroomdste; De mannenhaatster; De twee Edmonds
8. Zie Honig (1846), Hoofdstuk XVI, blz. 325
9. Ibidem, Hoofdstuk XVII. Hij werd opgenomen in het 2e Regiment Gardes d’Honneur als Jacques Corneille Honig-Ongelaar met stamboeknummer 437. (Service Historique de la Défense, Vincennes/Parijs).
10. Deze en volgende rekeningen in Archief Honig(h) van de gelijknamige Stichting, in Archief Zaanstad, toegang 0454 inv. 317. Zie ook Nederlands Familieblad 1887 voor gedetailleerde beschrijving door G.J. Honig
11. Dagblad van het departement der Monden van de Maas, 1 juni 1813
12. Göbel was burgemeester van Zaandam tijdens het Paasoproer. Over zijn rol daarbij verschillen de meningen
13. Staatscourant en Oprechte Haarlemsche Courant 8 maart 1814
14. In 1811 ontstaan uit de dorpen Oost- en Westzaandam
15. De tekening is te vinden in Beeldbank Zaanstad, fotonummer 13_00247. De beeldbank dateert de tekening op 1813. Waarschijnlijker is dat de tekening gemaakt is n.a.v. de oproep van de Hoge Raad van Adel van 5 jan. 1815. De tekening moest ingeleverd worden voor 1 mei 1815. Zie Algemeen Nederlands Familieblad 1887
16. Beeldbank Zaanstad, fotonummer 11_00866. De getoonde beeltenis wijkt wel af van het origineel
17. Verkoopadvertentie in de Opregte Haarlemsche Courant 25 januari 1816
18. Zie bijv. Staatscourant 13 maart 1815 en 17 februari 1817
19. Volgens Teeling werden de minuutplans van Hellendoorn in een onbekend jaar door C. de Haan vervaardigd (normaal staat de datum op het verzamelplan, hier is dat niet ingevuld). De aanwezigheid van Honig in Hellendoorn in 1818 maakt dat jaar plausibel voor de kadastrering van Hellendoorn
20. Opregte Haarlemsche Courant 2 mei 1818
21. Opregte Haarlemsche Courant 1 mei 1819
22. Voor zijn biografie zie Caert Thresoor 2025 no. 1
23. De oorspronkelijke minuutplans waren al in de Franse tijd opgemaakt. Het verzamelplan bevat geen datum, Teeling laat de datum van herziening van de minuutplans daarom in het midden
24. Zie ook Hoogeland (2006)
25. Overijsselsche Courant 11 mei 1819. Teeling (1984) vermeldt de eedaflegging in zijn boek over de landmeters van de kadastrering, maar schrijft dat hij niet weet wat Honig verder bij het Kadaster heeft gedaan.
26. Gezien overlijdensakte dochter Maria van 9 augustus 1819
27. Overijsselsche Courant 12 november 1819
28. Collectie Overijssel, Kamer van notarissen van Deventer, Toegang 0474 inv. 496
29. Lidmatenboek Collectie Overijssel, toegang 0709 inv. 760
30. De datering is niet met zekerheid te geven. Toont de kaart een ontwerp, een gerealiseerde situatie of een combinatie? De datering wordt gesteld op ca. 1822, het jaar van bouwen van het landhuis
31. De Franse versie van de catalogus spreekt van panhorographe.
32. Zie bijv. https://www.ebay.it/itm/126093529515 (geraadpleegd 27-1-2026)
33. ‘Gravenhaagse Courant 8 augustus 1825
34. Archief Honig(h) van gelijknamige Stichting, in Archief Zaanstad, toegang 0454 inv. 318. Streng (1999) noemt in zijn boek over het Zwolse culturele leven begin 19e eeuw een leesgezelschap “door leeslust vereenigd
35. Overijsselsche Courant, 24 juli 1840
36. Ibidem, 29 juli 1842
Literatuur
Groot, Mr. B.J. de (2011), Napoleons aangewezenen Garde d’honneur van het departement der Zuiderzee. In: Mars et Historia, Jaargang 45 no.4. (https://www.dgra.nl/publicaties/ geraadpleegd 30-5-2025)
Honig, Gerrit Jan (1916), De Overstrooming in de Zaanlanden in het jaar 1825. Volgens de aantekeningen in het dagboek van Jan Jacobszoon Honig, papierfabrikeur te Zaandijk. Firma Out Koog-Zaandijk
Honig, Jacob Jsz. Junior (1846), Geschiedenis der Zaanlanden deel II
Hoogeland, W. (2006), Schoonheten & de Bentincks. Wbooks
Leeuwen, Pier van, Jacob Honig & Zoonen (1765-1837), Papierfabrikeurs tussen Revolte en Restauratie. In: Zaans Erfgoed nr. 59, winter 2016
Slieker, George, Jacob Cornelis Honig 1786-1825, Advocaat, toneelschrijver en -vertaler. In: Zaans Erfgoed nr. 45, zomer 2013
Streng (1999), Het is thans zeer briljant. Verloren, Hilversum
Teeling, Ing. P.S. (1984), Landmeters van de kadastrering van Nederland. Uitgave van het Kadaster
Algemeen Nederlandsch Familieblad 1887, Tijdschrift voor Geschiedenis, Geslacht-, Wapen- -Zegelkunde enz. onder leiding van A.A. Vorsterman van Oyen en G.J. Honig